• JoomlaWorks AJAX Header Rotator
  • JoomlaWorks AJAX Header Rotator
  • JoomlaWorks AJAX Header Rotator
Capoeira woordenboek

In dit woordenboek vind je de meest gebruikte termen uit de capoeiraliederen en rodas. Het kan voorkomen dat je termen tegenkomt die hier niet in staan, want de lijst is niet allesomvattend. Vaak kom je nieuwe woorden tegen die bijvoorbeeld verwijzen naar namen van wijken in Brazilie, zoals Salvador of Rio de Janeiro. Ook dierennamen zijn heel gebruikelijk (zoals slangen of knaagdieren).
               
In de lijst hieronder staat de letterlijke vertaling tussen haakjes, gevolgd door de betekenis van het woord in de Capoeira.

Acamaradar

Tornar-se camarada.

Vrienden worden; op vriendschappelijke basis met elkaar omgaan.

Acauã

Ave predadora diurna, cujo canto é tido como agorento.

Roofvogel, wiens zang als nogal treurig wordt gevonden.

Abadá

Camisão comprido e folgado usado pelos nagôs, semelhantes ao traje nacional da Nigéria.

Groot lang en wijd hemd gebruikt door de nagôs (groep negers uit Sudan). Lijkt op de nationale dracht van Nigeria.

Abará

Bolinho da culinária baiana, feito de feijão envolvido com folhas de bananeira.

Culinair balletje uit de Bahiaanse keuken, gemaakt van bonen en omhuld door bananenbladeren.

Abalá

Corruptela de abalar. Significa, está em evidência, também; ir a baixo, desmoronar.

Een fout die ophef veroorzaakt. Een andere betekenis is “verwoest”.

Acarajé

Bolinho da culinára afro-baiana, feito de massa de feijão fradinho.

Culinair balletje uit de Afro-Bahiaanse keuken gemaakt van bonen.

Adufe

Pandeiro quadrado muito antigo. A palavra vem do árabe.

Vierkante antieke tamboerein. Het woord komt uit het Arabisch.

Afoxé

Procissão, ritual de Candomblé, que, durante o carnaval vai se misturar a festa popular.

Ee n processie of Candomblé ritueel dat zich tijdens carnaval met andere populaire feesten mengt.

Agarrutar

Agarrar, cegurar o oponente.

De tegenstander grijpen/ vasthouden.

Agogô

Instrumento de percussão.

Percussie-instrument.

é isso aí

Afgeleid van (dat is het!).

Angola

Nome de um país africano e de um estilo tradicional de Capoeira.

Behalve het Afrikaanse land is het ook een traditionele stijl van capoeira.

Anum

Pássaro preto muito popular no nordeste do Brasil. O termo vem do tupi Anu, ``vulto preto``. A imaginação negativa popular associa ao negro.

Zwarte zeer populaire vogel uit noordoost Brazilië. De term stamt uit het Tupi woord Anu (zwarte verschijning). De negatieve populaire verbeelding geassocieerd het met de negro.

Amazonas

Um toque no Berimbau, que é usado para saudar visitantes.

Een ritme op de Berimbau, gebruikt om bezoekers te verwelkomen.

Apelido

Nome de guerra dado a cada capoeiristas, que servia para não serem identificados por seus nomes verdadeiros na época da capoeiragem.

(bijnaam) Naam die aan elke capoeirista wordt gegeven, om deze te identificeren tijdens het capoeiraspel. Capoeira is enige tijd illegaal geweest. Met de apelidos was het moilijker om individuen te identificeren of achtervolgen.

Aprume

Significante, levante-se, prepare-se para ataque ou defesa

Verticaal, staand, voorbereid om aan te vallen.

Arame

Um fio de aço retirado do pneu de carro que serve como a corda do Berimbau.

Draad; vaak afkomstig uit aut banden en gebruikt om de Berimbau te spannen.

Armada

Nome de um golpe, onde o capoeirista gira o corpo em um aglo de 360 graus com a perna estendida.

(aangespannen) Naam van een trap waar de capoeirista 360-graden met zijn lichaam draait, met een uitgestrekt been.

Arriado

Cansado.

Moe, laag/ gebukt.

Artimanha

Astúcia, manha, ardil.

Sluwheid.

Aruanda

Lugar onde mora os orixás e as entidades superiores, para os adeptos dos cultos afro-brasileiro. Povoado de angola.

Een gemeenschap in Angola. Volgens de volgelingen van Afro-Braziliaanse culten is het ook de plaats waar de orixás en superieure wezens wonen.

Asfixiante

Soco aplicado na gargantado oponente.

(asfixer end) Dreun uitgevoerd op de hals van de tegenstander.

Atabaque

Uma espécie de tambor em forma de poti. (ver em menu música).

Een soort trommel in de vorm van een schildpad.

Movimento giratário lateral com as mãos no chão. (ver detalhes sobre golpes em menu Cap. Angola).

(radslag) Draaiende zijwaartse beweging (radslag) met de handen op de grond (zie menu Cap. Angola).

Auê

Confusão, tumultuo.

= Ophef, tumult.

Axé

Palavra de origem afro-baiana, significa Energia vital, força transmitida através de bons pençamentos, positividade, alegria.

Woord van Afro-Bahiaanse afkomst, betekent vitale energie, sterkte die door goede gedachten overgedragen kunnen worden; positiviteit; vreugde.

Babá

Termo Iorubá, significa ``pai``, pai ou ancestral, no culto Iorubá, Pai de Santo.

Lorubá term, betekent ‘vader’, voorouder, pai de santo.

Baixa do Sapateiro

Nome de uma feira popular em Salvador-BA.

Naam van een bekende populaire markt in Salvador.

Bamba

Alguém muito bom na Capoeira, não só no jogo, mas sim no argumento, fundamento, história e etc. Valente.

Iemand die heel goed in Capoeira is, niet alleen in het spel maar ook in de argumentatie, fundamenten, geschiedenis, etc.

Banzo

Palavra de origem africana, cujo nome significa nostalgia, saudade, tristeza.

Woord van Afrikaanse afkomst, betekent nostalgie, missen (saudade), treurigheid.

Baraúna

Arvore de grande porte, cujo nome é de origem Tupi. A madeira é preta.

Woord van Tupi afkomst. Grote boom met zwart hout.

Bará

Qualidade de Exú, Deus nagô, mensageiro entre os demais deuses e o homem.

Kwaliteit van de Exú, Nagô God, boodschapper tussen de andere goden en de mens.

Barra Vento

Termo náutico, ``lá onde sopra o vento``, designa também o ato de perder o equilíbrio do corpo, como se sentisse uma tontura. Nome em que se dá a um toque litúrgico, nos candomblés de nação Angola.

(windbreker) Nautische term, ‘daar waar de wind waait’. Betekent ook evenwichtsverlies; een duizelig gevoel. Naam wordt gegeven aan een liturgisch ritme, bij de candomblés van Angola.

Bateria

Nome que se dá ao conjunto de instrumentos usados na Capoeira.

Naam gegeven aan de groep instrumenten die bij Capoeira gebruikt worden.

Batizado

Ritual no qual o capoeirista iniciante, recebe sua primeira graduação.

(doopritueel) Ritueel waarbij de beginnende capoeirista zijn eerste graduatie krijgt.

Batuque

  Luta semelhante a Capoeira, de onde Mestre Bimba buscou inspiração para criar a Capoeria Regional.

Gevecht dat op Capoeira lijkt, waaruit mestre Bimba inspiratie heeft gehaald om de Capoeira Regional te creeren.

Benguela

Corruptela de banguela, ``pessoa sem dente``. Nome de um toque na Capoeira e deu ma cidade angolana.

Naam van een ritme in de Capoeira en van een stad in Angola.

Berra Boi

Berimbau de cabaça grande, que tem o som muito grave.

Berimbau met een groot ‘hoofd’ (cabaça=calabas) en daardoor een zeer laag geluid.

Besouro Magangá

Lendário capoeirista de Santo Amaro-BA.

Legendarische capoeirista van Santo Amaro-Bahia.

Besta

Uma pessoa retardada.

Wordt gebruikt voor een persoon met intellectuele achterstand of als uitdrukking voor “stom”, “idioot”

Bichado

Nome dado ao capoeirista que está com muitos ematomas, feridas, lesões.

Naam die capoeiristas krijgen die veel hematomen, verwondingen, etc. hebben.

Biriba

Nome de uma madeira usada para a confecção do Berimbau.

Naam van het soort hout dat gebruikt wordt om een Berimbau te maken.

Boa

Expressão usada para dizer que o movimento, golpe ou etc, foi bom.

(goed) Uitdrukking die gebruikt wordt om te laten merken dat een beweging, trap, etc., goed was.

Boca de calça

Um desequilibrante, no qual o indivíduo agaixa e puxa o oponente em sua direção pelas bainhas das calças.

(mond van de broek) Om de tegenstander uit zijn evenwicht te halen, hurkt men en trekt men aan de pijpen van de broek.

Bote

Preparar para atacar, silada, investida.

Voorbereiden om aan te vallen.

Cabaça

Lagenária que é muito comum no  sertão do nordeste brasileiro. É usada como, caixa de ressonância do Berimbau.

(calabas) Omhulsel van de zaden van een plant. Groeit veel in Noordoost Brazilië (en in Africa). Wordt in de Capoeira gebruikt om de resonantie doos van een Berimbau te maken.

Cabecero

Corruptela de cabeceiro, que dá cabeçada.

Samentrekking van Cabeceiro. Iemand die een hoofdstoot geeft. Cabeça (hoofd).

Cabula

Nome de um bairro de Salvador. Lugar onde os negros se refugiavam.

Naam van een buurt in Salvador. Plaats waar gevluchte slaven dekking vonden.

Cabra

Homem de mau caráter, indivídua agressivo, atrevido, ousado.

(geit) Man met slecht karakter, agressief individu, gedurft. In dagelijks taalgebruik ook als ‘persoon’, ‘man’ gebruikt.

Cair na Ébia

Cair em uma silada, engano, erro.

In een hinderlaag lopen; een fout maken.

Calcanheira

Golpe aplicado com a parte de trás do pé, ``calcanhar``.

Trap uitgevoerd met de hiel (calcanhar).

Calentar

Corruptela de acalentar. Nas cantigas de Capoeira usa-se fazer calar uma criança.

Samentrekking van acalentar. In de liederen van Capoeira wordt het gebruikt als het tot stilte brengen van een kind.

Calunga

Divindade secundária do culto banto. Deusa do mar e dos camitérios. Boneca levada na procissão do maracatu. Também homem mau humorado, ignorante.

Godin van de zee en de begraafplaatsen. Pop die bij een Maracatu processie wordt meegenomen; chagerijnig of onwetend.

Camafeu

Pedra semi-preciosa com duas camadas de cor diferentes.

Half-edelsteen met twee lagen van verschillende kleuren.

Camará

Corruptela de camarada. Nas cantigas usa-se em forma de companherismo.

Samentrekking van camarada. In de Capoeira liederen wordt het gebruikt als een vorm van broederschap.

Cambaixirras

Negaças de Capoeira antes da luta.

Provocaties voor een capoeira gevecht.

Cambar

Sair, ir embora.

Weggaan.

Camboatá

Um lugar na Bahia.

Een plaats in Bahia.

Candieiro

Uma espécie de lanterna artesanal, feita de lata, sua luz é um pavil aceso e seu combustível é o querosene.

Een handgemaakte lantaarn, gemaakt uit blik met een aangestoken lint die in Kerosine ligt.

Candomblé

Religião dos negros Iorubá na Bahia.

Religie van de Iorubá negers in Bahia.

Capim cortado

Uma negativa, onde o indivíduo arrasta sua perna no chão esticada para frente e para trás em forma de circulo.

(gesneden onkruid) Een negativa waar de persoon zijn naar voren gestrekte been over de grond naar achteren sleept en zo een cirkel maakt.

Capitão do Mato

Homem que capiturava os negros escravos que fugiam mata adentro.

(kapitein van het bos) Man die gevluchte slaven terug haalde uit de bossen.

Capoeiragem

Nome dado a Capoeira antes de serem criadas os estilos; Regional e Angola, chamava-se apenas de capoeiragem, significa, Capoeira+vadiagem.

Naam van Capoeira, voordat de verschillende stijlen ontstonden (Regional en Angola). Betekent Capoeira+vadiagem, Capoeira + nutteloosheid.

Caranguejando

Ladeando, rasteijando, recuando para melhor se defender ou atacar.

Carangueijo= krab. Zijwaarts meelopend/ sluipend, terug deinsend om zich beter te verdedigen of aanvallan.

Carmo

Ladeira de um bairro em Salvador-BA.

Heuvel in een buurt in Salvador- BA.

Caxinguelê

Garoto pequeno que joga Capoeira.

Kleine jongen die Capoeira speelt.

Cidade Baixa

Nome de um lugar em Salvador-BA.

Een plaats in Salvador-BA.

Cintura desprezada

Jogo em que os capoeiristas executão balões. Criado por Mestre Bimba.

Spel waarin de capoeiristas balões uitoefenen (de één gooit de ander de lucht in). Door mestre Bimba uitgevonden.

Coité

Um fruto de casca muito dura. É muito  usado no sertão do nordeste brasileiro para fazer vasilhas. Usa-se também na Capoeira para fazer a caixa de ressonância do Berimbau.

Een soort fruit met een heel harde schil. Wordt veel gebruikt in het noordoost Brazilië om kommen te maken. In de Capoeira wordt het ook gebruikt om de resonantie doos van de Berimbau te maken.

Dáli

Expressão usada do Mestre com o seu aluno, quando ele sente que o aluno está levando a piór.

Uitdrukking die de Mestre met zijn leerling gebruikt, als die merkt dat de leerling er slecht van af komt.

Dança dos velhos

Capoeiragem, nome dado a Capoeira antiga.

(dans van de ouderen) Capoeiragem. Naam van de oude capoeira.

Dendê

Planta da família das palmácias, conhecida como dendezeiro. O dendê serve para fazer óleo. Segundo um livro de Alexandre da Siva  Correa, os negros usavam o óleo no corpo para ficar com a pela lustrosa, macia.

Plant van de familie van palmbomen, ook bekend als dendezeiro. Dendê wordt gebruikt om olie te maken. Volgens Alexandre da Silva Correa gebruikten de negros deze olie op hun lichaam om een glanzende en zachte huid te krijgen. Wordt veel in de Noord-oost Braziliaanse keuken gebruikt.

Dento

Corruptela de dentro. Significa jogar bem próximo ao oponente.

Afgeleide van dentro (binnen). Betekent heel dicht bij de tegenstander te spelen.

Desgarrar

Termo usado na época em  que a Capoeira era proibida, significa fugir.

Betekent wegrennen en werd gebruikt in de tijd dat Capoeira verboden was.

Dindim

``Onomatopéia``, significa o som mais agudo do Berimbau.

Duidt het geluid aan dat de Berimbau maakt.

E aí

Corruptela de ``e como vai?``.

(en daar) Betekent : hoe gaat het/ hoe is ‘t?

Encher

Dar bordoada, porrada.

(vol maken). Betekent iemand lastig vallen; vervelend zijn. In Capoeira betekent het ook klappen uitdelen.

Esquenta Banho

Luta de Capoeira sem o acompanhamento dos instrumentos, apos a aula na Academia de Mestre Bimba, para decidir quem iria ser o primeiro a tomar banho, depois do treino, porque lá só tinha um banheiro com chuveiro.

(bad warm maken) Capoeiragevecht zonder de begeleiding van instrumenten, na de lessen bij Mestre Bimba, om te beslissen wie de eerste zou zijn om te douchen na de les. Er was namelijk maar een badkamer met een douche aanwezig.

Esquiva

Uma forma de se defender, quando é atacado, agaixando-se, saltando ou caindo para trás.

Een verdedigingsbeweging. Als men wordt aangevallen, bukt men, springt men of valt men naar achteren.

Espirrar

Pular fora, sair.

‘Wegwezen’, weggaan.

Faca de Tucum

Uma espécie de faca feita de madeira tucum, ``palmeira``.

Een soort mes gemaakt uit tucum hout, een soort palmboom.

Fazenda Estiva

Local onde Mestre Bimba deu aulas.

Locaal waar Mestre Bimba les gaf.

Firmar

Não fugir, está seguro no que vai fazer.

(fixeren) Niet wegrennen; zeker zijn van wat je gaat doen.

Florear

Ilustrar, figurar, fazer fintas de corpo.

(verbloemen). Een beweging aanduiden; feinzen.

Fuzuê

Significa, bagunça, desorganização, descontrole.

Rommel, disorganisatie, discontrole.

Gamelera

Corruptela de gameleira. Arvore de grande porte utilizada na fabricação de canoas, vasos, e gamelas.

Afgeleide van gameleira: grote boom die gebruikt wordt voor productie van canoes, vasen en kommen.

Gereba

Um tipo de apelido. Também é usado para incitar o jogo, mas não a violência.

Een soort bijnaam. Ook gebruikt om een spel uit te lokken, maar niet per se met geweld.

Gunga

Berimbau de cabaça grande, que também é conhcido por ``berra boi``.  

Berimbau met een groot ‘hoofd’, oftewel, grote calabaça. Ook bekend als berra boi.

Idalida

Nome próprio. Também nome de uma ilha de Chipre. Nome de um toque no Berimbau e nome personativo na Capoeira.

Naam van een eiland in Cyprus en in de Capoeira bekend als een Berimbau ritme.

Corruptela de ê! Muito usado nas cantigas, é como uma chamada de atenção a todos que estão presentes. Também é usado como uma forma de dizer um basta, parar.

Wordt vaak gebruikt in Capoeira liederen, als een schreeuw om aandacht voor iedereen die aan het spelen is. Duidt ook aan dat iets is afgelopen of dat iets genoeg is.

Ilha de Maré

Nome de uma ilha situada no estado da Bahia.

Naam van een eiland in Bahia.

Iúna

Uma espécie de pássaro que tem um porte de um Perú. Nome de um toque no Berimbau

Een soort vogel die op een kalkoen lijkt. In de Capoeira is het een Berimbau ritme.

Jacobina

Nome de uma cidade no sertão do estado da Bahia.

Stad op het platteland van Bahia.

Já foi

Significa já está pronto, ok!

(al weg) Betekent: al klaar, ok.

Jogador

Pessoa que sabe brincar, planejar, armar, simular, jogar Capoeira.

(speler) Persoon die Capoeira kan spelen, vechten, plannen, voorbereiden en simuleren.

Kimbundo

Língua oficial de Angola, um país do continente Africano.

Officiele Angolese taal.

Ladeira da Misericórdia

Nome de uma rua em Salvador-BA.

Naam van een straat in Salvador- BA.

Ladeira de São Bento

Nome de uma rua em Salvador-BA.

Naam van een straat in Salvador- BA.

Lambaio

Bajular, adular.

Iemand prijzen; complimenten geven.

Lamparina

Bofetada, soco, murro.

Klap, dreun.

Lampião

Apelido de Virgulino Ferreira da Silva, o famoso cangaceiro do nordeste do Brasil.

Bijnaam van Virgulino Ferreida da Silva, de beroemde bandiet (cangaceiro) uit noord-oost Brazilië.

Lanhado

Ferido, golpeado.

Gewond, geslagen.

Lapinha

Nome de um bairro em Salvador-BA.

Naam van een buurt in Salvador-BA.

Leso

Ru ptela de lesado, lento, vagaroso.

Samentrekking van lesado (gewond). Betekent langzaam.

Licuri

Nome de uma palmeira, árvore silvestre que nasce pequenos frutos, ``cocos``.

Naam van een palmboom, inheemse boom met kleine cocos fruchten.

Lodaça

Artimanha, astúcia, malícia.

Listigheid.

Loiá

Contração de ``lá olhar``, corruptela de olha lá

Samentrekking van lá olhar (daar kijken).

Luanda

Nome da capital do país Angola, que fica situada na África.

Hoofdstad van Angola.

Maitá

Corruptela de Humaitá. Lugar em Salvador-BA.

Samentrekking van Humaitá, een plek in Salvador-BA.

Malícia

Significa técnica, domínio, pericia, controle.

Betekent techniek, beheersing en  controle.

Mandigueiro

Deriva da palavra mandinga, significa feiticeiro, bruxo. Na Capoeira usa-se com alguém que domina a Arte.

Afkomstig van het word mandinga en betekent tovenaar. In de Capoeira word het gebruikt voor iemand die de kunst beheerst.

Mandinga

Significa feitiço, mau olhado, ebó.

Betekent behekst, ‘boze blik’.

Mangangá

Nome de um inseto da classe dos dípteros, também de um  lendário capoeirista.

Insecten naam die ook aan een legendarische capoeirista was toegegeven.

Maracangalha

Nome de um lugar na Bahia. Famoso devido as inúmeras façanhas do lendário capoeirista Besouro Mangangá.

Naam van een plaats in Bahia. Is bekend geworden door de talloze strategieen van de capoeirista Besouro Mangangá.

Marimbondo

Nome de uma inseto pesonhento.

Naam van een groot, wespachtig insect.

Mazelado

Nome dado ao capoeiristas quando ele está com sequelas, incapaz.

Naam die aan een capoeirista wordt gegeven als hij incapabel is, gewond.

Moleque

Palavra em Kimbundo. Significa garoto, menino, inesperiente, iniciante.

Woord in Kimbundo. Betekend jong, beginner, onervaren.

Morão

Corruptela de mourão. Designa entre outras coisas, o que é duro, forte, resistente.

Moraliteit. Afgeleid van Mourão. O.a. dingen die hard zijn, sterk en resistent.

Munganga

Caretas, trejeitos.

Gezichten [trekken].

Mutum

Ave galinácea da família dos gracideos.

Kipachtige vogel.

Na manha

Significa, jogar devagar, com técnica, levesa.

Langzaam spelen, met techniek en lichtvoetigheid.

Não tira o zói

Não perder o oponente de vista, não tirar o olhar dele.

De tegenstander niet uit het oog verliezen.

Nêgo

Corruptela de negro. Pessoa da pele escura.

Samentrekking van negro. Persoon met donkere huid.

 

Ói

Corruptela de olha só, tome cuidado.

Samentrekking van olha só (kijk daar), oftewel, kijk uit!

Ôi

Corruptela de olá. Signica atenção. Indica que, não se ouviu o que foi dito.

Samentrekking van olá (hallo). Betekent kijk uit. Duidt aan dat er niet geluisterd werd naar wat er werd verteld.

Orixá

Divindade das religiões afro-brasileira.

Goddelijkheid uit de Afro-Braziliaanse religies.

Oxalá

Nome do grande orixá, sincretizado pelos negros como um deus.

Naam van een grote orixá, voor de negers vertegenwoordigd als een God.

Pantana

Nome de um golpe, no qual o capoeirista põe as duas mãos no chão e dá  com os dois pés sobre o tórax do oponente.

Naam van een trap waar de capoeirista beide handen op de grond zet en met de twee voeten een trap op de borstkast van de tegenstander geeft.

Patuá

Uma espécie de amuleto protetor.

Een soort beschermingsamulet.

Pedrito

Diminutivo de Pedro, nome de um famoso chefe de polícia da Bahia que percegia os capoeiristas, (Pedro de Azevedo Gordinho). Na Capoeira é usado para dizer, cuidado com o inimigo.

Afgeleide van Pedro, naam van een bekende politiechef in Bahia die de capoeiristas achtervolgde (Pedro de Azevedo Gordinho). In de Capoeira word het gebruikt als waarschuwing voor de vijand.

Quilombo

Lugar onde ficavam os escravos refugiados.

Plaats waar gevluchte slaven verbleven. De bekenste Quilombo is die van Palmares.

Rabo de Arraia

Nome de uma arma, que é retirada do rabo de uma arraia ``peixe`` que é muito perigoso. Também nome um golpe devido a violência em que é aplicado contra o oponente.

(staart van een rog) Naam van een wapen dat uit de staart van een rog gehaald wordt en zeer gevaarlijk is. In de Capoeira bekend als een zeer gevaarlijke draaitrap.

Rabo de Galo

Um golpe de navalha.

Een trap met een scherp voorwerp (glasscherf; mes).

Regional

Nome de um estilo de Capoeira.

Naam van een populaire Capoeirastijl.

Sabiá

Pássaro cantador. Na Capoeira usa-se com alguém que canta muito.

Zingende vogel. In de Capoeira wordt het gebruikt voor iemand die veel zingt.

Sambado

Nome dado ao capoeirista que está cansado, sem resistência, sem reflexo, sem força.

Naam die aan een capoeirista wordt gegeven die moe is, zonder weerstand, zonder reflexen en kracht.

Sapucaia

Árvore da família das lecitidáceas.

Boom.

Senzala

Lugar onde moravam os negros escravos sob o comando de um capataz.

Plaats waar de slaven woonden, onder bewaking van een slavenmeester

Sinhá

Corruptela de senhora.

Afgeleide van senhora (mevrouw).

Sinhô

Corruptela de senhor. Vem do latim signifaca seniore, designa respeito aos mais velhos, mais esperientes, assim como sinhá.

Afgeleide van senhor (meneer).

Tá danado

Expressão usada quando o capoeirista está inspirado.

Uitdrukking die wordt gebruikt als een capoeirista geinspireerd is.

Traíra

Corruptela de traidor, significa, falso amigo, covarde.

Samentrekking van traidor (verrader). Valse vriend, laffaard.

Urucungo

Nome do Berimbau na África.

Naam van de Berimbau in Africa.

Vadiação

Ato ou efeito de vadiar. Na Capoeira é usado para dizer, vamos brincar, curtir.

Vadiar. Spelen, genieten.

Velha Guarda

Nome dado aos Mestres mais antigos.

Naam die aan de oudere Capoeiristas wordt gegeven.

Viola

Berimbau de cabaça pequena.

Berimbau met een kleine calabas.

Volta ao mundo

Nome de um ritual na roda de Capoeira onde os capoeirista giram dentro da roda, no sentido anti-horário. Quando um capoeirista leva a piór ele faz isso em forma de, voltar o tempo e reverter a situação, ou corrigir o erro que cometeu.

(rondje om de wereld) Naam van een Capoeiraritueel waar de capoeiristas een rondje in de roda lopen, tegen de klok in. Wanneer een capoeirista er slecht vanaf komt doet hij dit om terug in de tijd te gaan en de situatie om te draaien of om zijn eigen fout te verbeteren.

Xaxado

Uma dança nordestina.

Een dans uit noordoost Brazilië.

Significa, saia daqui.

Betekent: ga weg! Oprotten!

Yayá

Diminutivo de sinhá.

Afgeleide van sinhá (mevrouw)

Yoyô

Diminutivo de sinhô.

Afgeleide van sinhô (meneer).

Zumbi

Nome do lendário valente guerreiro.

Naam van een legendarische en dappere krijger.

Zumzum

Onomatopéia; é o som gerado atravéz das batidas das asas dos insetos. Significa, barulho.

Het geluid dat insecten maken door hun vleugels te klappen; geroddel.

 

De hier genoemde woorden hebben binnen en buiten de Capoeira vaak verschillende betekenissen. Ook verschillende steden, provincies en streken hebben meestal andere uitdrukkingen en gezegden (zoals in Nederland Friesland, Zeeland, Limburg, etc.). Subculturen (bv. onder jongeren) hebben ook vaak hun eigen filosofie met bijbehorend taalgebruik.

 

Zoeken binnen de website

Online users

We hebben 8 gasten online

Random Image

dudu_3.jpg