|
Kapura capora capura capoera kapuera CAPOEIRA Hoe de Capoeira is ontstaan: Ten tijden van de kolonisatie van Brazilië begon ook de handel van Afrikaanse slaven naar Amerika. In Afrika werd een deel van de zwarte bevolking - de negros – gevangen genomen, naar het Nieuwe Continent gebracht en verkocht voor de dwangarbeid, als slaven. Om van de negros slaven te maken werd hun cultuur, ziel en kracht onderdrukt en werden ze regelmatig gemarteld. De slavenhandelaren waren immers alleen in het lichaam van de Afrikanen geïnteresseerd, oftewel hun werkkracht. Deze onmenselijke omstandigheden waar de negro aan bloot werd gesteld was echter niet genoeg om de integriteit van hun ziel en lichaam te breken. De Capoeira werd in deze tijd geboren. De negros ontwierpen deze om te gebruiken als gevechtsbewegingen die op precieze momenten, ter verdediging, werden gebruikt. Ook werden ze gebruikt in de schaarse vrije uren om zich te vermaken, om zich te ontspannen van het harde dwangmatige werk en de martelingen en hun beperkte vrijheid door hun bestaan als slaaf. De bewegingen werden geïnspireerd door aanvals- en verdedigingsbewegingen van dieren, zoals bijvoorbeeld: de stoot van een stier, de trap van een paard en de steek van een rog. Ook werden de bewegingen van hun werkinstrumenten als inspiratiebron gebruikt: de hamer, de bijl, etc. Waar dient de Capoeira voor? De capoeira is de meest complete uitdrukking van de Braziliaanse cultuur omdat het een combinatie is van harmonie, kunst, poëzie, folklore, kunst, sport, vermaak, dans, spel, gevecht, rituelen en tradities. Capoeira draagt bij aan de ontwikkeling van flexibiliteit, evenwicht, uithoudingsvermogen, spierkracht, lichaamscoördinatie, ritmiek, discipline, lenigheid, moed, de reactiesnelhied en creativiteit. Ook dient het als een discipline instrument, waar mensen leren om zowel jong en oud te respecteren als de verschillen tussen elk individu. Op deze manier is de capoeirista beter voorbereid op het leven binnen en buiten de Capoeira, op individueel niveau en binnen een groep. De oorsprong van de naam Capoeira: In de tijd voordat er handel van Afrikaanse slaven naar Brazilië plaats vond was de Braziliaanse maatschappij enkel samengesteld door de inheemse indianen, die behalve hun eigen cultuur en tradities ook eigen landbouw technieken hadden. Twee van die technieken waren de ``COIVARA`` en de ``KAAPU`ERA``. De Afrikanen die naar Brazilië waren gebracht om de plaats van de indianen in te nemen in het werken aan de monocultuur van suikerriet hebben sommige technieken van de indianen blijven gebruiken, zoals de ``KAAPU`ERA``. Dat hield in het kort afhakken van onkruid (mato) zodat op hetzelfde gebied iets anders gepland kon worden (anders dan de da ``COIVARA`` , waar struiken werden verbrand). Wanneer de slavenmeesters een van hun slaven misten werd er dan vaak gezegd dat ze naar de ``KAAPU`ERA`` waren gegaan. Het woord ``KAAPU`ERA`` stamt uit het Tupi-Guarani (voor zover bekend de eerste taal van Brazilië) en werd al gauw synoniem van de dans/ gevecht die de moedige negros gebruikten als spel, om zich te verdedigen of om de kolonisten aan te vallen die hun achtervolgden wanneer ze waren ontsnapt. Wat betekent Capoeira?: *CAPOEIRA LUTA (gevecht): Capoeira als gevecht vertegenwoordigd capoeira in zijn originele staat en als overlevingsvorm door de tijden heen. Het is de Capoeira in zijn natuurlijke staat, als een persoonlijk verdedigingsinstrument. *CAPOEIRA DANÇA E ARTE (dans en kunst): Capoeira als kunst uit zich door de muziek, het ritme, zang, de instrumenten, de lichamelijke uitdrukking en de creativiteit van de bewegingen. Het is daardoor ook een heel rijk inspiratiebron voor andere kunsten zoals theater, literatuur, etc. *CAPOEIRA FOLCLORE: Capoeira in de betekenis van een populaire Braziliaanse vorm van expressie. Zij wordt behouden door het betrekken van de leerlingen in praktijk en theorie. *CAPOEIRA ESPORTE (sport): Capoeira als sport, geïnstitutionaliseerd in 1972, door het Nationale Consulaat van Sport in Brazilië. *CAPOEIRA EDUCAÇÃO (opvoeding): Capoeira kan als een zeer belangrijk onderdeel van de opvoeding van de leerlingen dienen, door het ontwikkelen van lichaamscoördinatie en sterkte, het ontwikkelen van het karakter van een leerling en de persoonlijkheid en kan ook een positief invloed op het veranderend gedrag van jongeren hebben. Daarbij dient een kritische analyse van de potenties en beperkingen van Capoeira gemaakt te worden door de leraar. *CAPOEIRA LAZER (ontspanning): als ontspanning wegens het informele karakter van Capoeira: De spontane rodas, waar een wisselwerking van culturen en mensen plaats kan vinden. *CAPOEIRA FILOSOFIA (filosofie): door zijn vele fundamenten gaat Capoeira gepaard met een levensfilosofie van respect voor je naasten en voor de ouderen – dit draagt op haar beurt bij aan een stuk volwassenheid en wijsheid. *CAPOEIRA TERAPIA (therapie): Capoeira heeft een fundamentele rol in de persoonlijke ontwikkeling van de beoefenaars. Lichamelijk gehandicapten (en anderen met een beperking) leren beter omgaan met hun kwaliteiten en persoonlijke belemmeringen. Rekening houdend met deze mentale en lichamelijke aspecten draagt Capoeira bij aan het welzijn in het algemeen, met een verbetering van de spierkracht en bewegingsvrijheid. Ook kan het helpen bij het krijgen van een goede houding, evenwicht, coördinatie en dynamiek.
CAPOEIRA ANGOLA: Capoeira Angola wordt gezien als de meest pure vorm van Capoeira en is van zeer grote waarde binnen de Braziliaans traditie. Capoeira de Angola werd door Mestre Pastinha ontwikkeld en uitgedragen. Bij deze traditionele vorm van Capoeira wordt een groep instrumenten gebruikt: Berimbaus, pandeiro, atabaque, reco-reco en agogô. De melodieën die de Capoeiristas zingen zijn populair van aard, zonder grote aandacht voor metriek of rijm in de teksten (deze worden vaak tijdens de rodas geïmproviseerd). Het capoeiraspel volgt het ritme van de muziek. Capoeira de Angola begint met het ritme van de Berimbau en word gevolgd door de overige instrumenten. Na een tijd begint de hoofdzanger te zingen, gevolgd door de overige aanwezigen - die het refrein herhalen (coro) als antwoord op wat de hoofdzanger zingt. De capoeiristas die gaan spelen, staan gehurkt aan het “voeteinde” van de Berimbau, luisterend naar het gezang. De Solo-Berimbau duidt aan wanneer er gespeeld mag worden (door een buiging richting de kring). De capoeiristas doen afhankelijk van hun religie wel of geen kort gebedje en stappen in de roda om te gaan spelen, met hun lichaam draaiend richting hun tegenstander, met lage en vegende bewegingen, voortdurend draaiend. Het lichaam mag de grond niet raken en het is belangrijk om het hoofd te beschermen voor de aanval van de voeten van de tegenstander. Alle trappen (golpes) van Capoeira kunnen in dit laag-spel gebruikt worden. Na dit begin, in de staande positie, wordt de rest van het spel ontwikkeld, die een iets hardere vorm aanneemt waarbij ook het ritme sneller wordt. Hierbij komen de volgende trappen terug: *Meia-lua - (halve maan) in verband met de draaiende beweging die de been maakt bij het uitvoeren van deze trap - een of twee handen zijn op de grond gepositioneerd. *Bananeira – (banaanboom) wanneer de Capoeirista evenwicht vind op beide handen en met de voeten omhoog - hier kan met de voeten aangevallen worden, van boven naar beneden - en zo kan men zich naar alle kanten verplaatsen. *Aú - (radslag) anders dan de Bananeira omdat het lichaam zijwaarts beweegt, met een energieke impuls, waardoor het mogelijk is om verschillende salto’s uit te voeren - een handige beweging als de capoeirista door meerdere mensen wordt aangevallen. *Chapa de Frente – (plaat van voren) een zeer gevaarlijke beweging, niet enkel door zijn geweld maar ook door de organen die door de trap beschadigd/geraakt kunnen worden. De trap word uitgevoerd met een verhoogd been die gelanceerd word tegen de borst van de tegenstander. *Chapa de Costas – (plaat van achteren/rug) deze lijkt op de trap van een ezel, waar de aanvaller met zijn rug tegen zijn tegenstander staat (het is een gemene trap omdat de tegenstander wordt aangevallen wanneer de aanvaller schijnbaar wegloopt). *Cabeçada –(hoofdstoot) het best uitgevoerd op de borstkast of het gezicht van de tegenstander, of (van beneden naar boven) op de kaak. *Rabo de Arraia – (staart van een rog) vaak gebruikt in het laag spel, deze beweging lijkt een zweep, waar een been een snelle draaiende beweging maakt, vaak op het hoofd van de tegenstander, met de zijkant van de voet. *Cutilada – een klap die met de handen wordt uitgevoerd, op verschillende delen van het lichaam. Deze klappen kunnen enkel worden uitgedeeld wanneer de capoeiristas heel dicht bij elkaar spelen. MESTRE PASTINHA: Vicente Ferreira Pastinha werd in Salvador-Bahia geboren, op 05 April 1889. Hij was en is nog steeds de grootste naam binnen de Capoeira Angola, en word naar verwijst in vele liedjes, boeken en gedichten. Hij is een inspiratiebron voor vele artiesten en schrijvers in Brazilië en in de wereld. Hij staat bijvoorbeeld in verschillende boeken van de beroemde schrijver Jorge Amado, uitgegeven in heel Brazilië en in verschillende andere landen. Als een jongen van geen 10 jaar, heel mager, moest Pastinha huishoudelijke opgaven zoals boodschappen doen. Op weg kwam hij altijd een grotere en sterkere jongen tegen die al snel zijn rivaal werd. Telkens als ze elkaar zagen werd er gevochten, en Pastinha verloor telkens weer - waarbij hij huilend van schaamte en verdriet wegliep. Zoals het zijn voorbestemming was, heeft Pastinha iets geleerd wat hem de rest van zijn leven gezelschap zou geven: Capoeira. Op een dag zag een oude Afrikaanse man, vanuit zijn raam, een van de gevechten tussen Pastinha en de grotere jongen. Hij riep Pastinha: Zeg jongen, jij kan niet op tegen die andere jongen omdat jij veel kleiner bent dan hem. Kijk hoeveel tijd jij verspilt met je vliegers (pipas). Kom eens in mijn achtertuin en ik zal je iets leren waar je heel veel aan zal hebben. Daar begon Pastinha iets te leren wat zijn leven zou veranderen. Behalve de technieken heeft Pastinha veel meer van de oude man, Benedito, geleerd. De laatste keer dat Pastinha de grotere jongen tegenkwam heeft hij zich met een trap verdedigd. Hierdoor werd hij nooit meer door hem lastiggevallen en kreeg zelfs zijn vriendschap en waardering. Pastinha heeft de echte Capoeira Angora heel lang beoefend en aan anderen geleerd. Hij was de grondlegger van de Capoeira Angola en heeft meegedaan aan het Festival van zwarte kunst in Dakar-África in 1966, samen met zijn leerlingen en de Mestres: João Grande, Gato, Gildo Alfinete, Roberto Satanás en Camafeu de Oxossi. Pastinha was een zeer charismatisch persoon. Hij heeft veel van zichzelf aan de Capoeira gegeven, maar is jammerlijk in de misère overleden, zonder zelfs een woning te hebben om zijn laatste dagen door te brengen. Terwijl hij voor Capoeira heeft geleefd, probeerde hij de fundamenten van Capoeira Angola te behouden en heeft ook enkele eigen fundamenten bijgevoegd. Enkele daarvan zijn de ``chamadas``, de composities van de instrumenten, etc. De ritmes die hij meestal gebruikte waren: São Bento Grande, São Bento Pequeno en Angola. Ook in zijn oudere dagen speelde hij nog als een jonge man, voerde alle trappen uit en heeft zelfs enkele keren blind gespeelt. Het is eigenlijk niet mogelijk om Pastinha in zo weinig woorden te beschrijven. Hij was een grote meester (um Grande Mestre), een poëet, een muzikant en werd bewonderd door velen die hem hebben gekend, zowel binnen als buiten de Capoeira. Mestre Pastinha overleed met twee en negentig jaar, op een vrijdag, 13 November 1981, in Salvador-Bahia. CAPOEIRA REGIONAL: De Regionale Capoeira werd gecreëerd door Manuel dos Reis Machado, Mestre Bimba, die enkele jaren Capoeira Angola beoefent en geleerd heeft. Mestre Bimba vond dat de Capoeira die hij zijn leerlingen leerde niet voldoende ruimte had voor het ‘vechten’ (luta). Hij heeft gebruik gemaakt van de ``Batuque``, een gevecht uit Bahia, die hij van zijn vader had geleerd. Samen met de ``Capoeira Angola`` bedacht hij wat hij ``Capoeira Regional Baiana`` noemde. Hij ontwikkelde een methode met 52 trappen, van welke 23, wanneer goed uitgevoerd, dodelijk kunnen zijn. Mestre Bimba heeft een grote contributie aan de Capoeira geschonken door het ontwikkelen van een leer methode die vandaag de dag nog word gebruikt. Volgens Bimba zijn het de sequenties die de Regionale Capoeira karakteriseren. Deze sequentie is een opvolging van lichamelijke oefeningen georganiseerd in praktische en efficiënte lessen waardoor de beginnende Capoeirista in een korte tijd Capoeira leert kennen als een systeem van aanval en verdediging. Het systeem is voor de Capoeirista zijn ABC. De Capoeira Regional van Mestre Bimba wordt ook uitgeoefend met een groep instrumenten: Berimbau, Pandeiros, zang en klappen. MESTRE BIMBA: Op 23 November 1899, in de wijk Engenho Velho de Brotas in Salvador-Bahia, werd Manoel dos Reis Machado geboren, de beroemde Mestre Bimba. Hij kreeg deze bijnaam al kort na zijn geboorte, wegens een weddenschap van zijn moeder, Dona Maria Martinha do Bonfim, met de vroedvrouw die haar had geholpen. Zijn moeder meende dat ze van een meisje zou bevallen, maar volgens de vroedvrouw zou het een man zijn. Omdat het een jongetje was heeft Bimba’s moeder de weddenschap verloren en bleef haar zoon voor altijd met zijn bijnaam. Zijn vader, Luiz Cândido Machado, was een bekende speler van ``Batuque``, een heel oud gevecht uit het noordoosten van Brazilië. Het is een spel dat onder begeleiding van Berimbaus en andere instrumenten wordt gespeelt, waar het doel is om de tegenstander op de grond te krijgen door middel van trappen zoals rasteiras en joelhadas. Er word een cirkel gemaakt, waar een speler een andere speler uitdaagt, terwijl de rest van de mensen de instrumenten begeleid met klappen en zang. Er is weinig bekend over de jongere jaren van Mestre Bimba. Het enige wat bekend is, is dat hij uit een arm gezin kwam uit de periferie van Salvador, o Engenho Velho de Brotas, en dat hij van kinds af aan zich altijd met de lokale populaire kunsten bezig hield zoals de Batuque. Mestre Bimba leerde als jong kind Capoeira spelen van een Afrikaanse negro, Bentinho, kapitein van de zeevaartmaatschappij in Salvador. Door invloed van zijn vader kwam hij ook in aanraking met het Cadomblé, een Afrobraziliaanse religie, waar hij zijn latere echtgenote ontmoette. Aan het eind van zijn leven werd hem door een Capoeirsta de mogelijkheid aangebonden om in Goiania te gaan wonen, onder gunstige omstandigheden. In 1973 is Mestre Bimba met zijn familie verhuisd. Helaas waren de omstandigheden niet zo goed als gedacht. Mestre Bimba overleed 05 Februari 1974, met 74 jaar, in de stad Goiania, aan een hersens infarct. DE 8 SEQUENTIES VAN MESTRE BIMBA: Ter verduidelijking, (D) betekent rechter been (perna Direita), (E) betekent linker been (perna Esquerda), en >>> is de richting waar de trap heen gaat, vanaf leerling A naar leerling o B, of van B naar A. AS 8 SEQUÊNCIAS DE MESTRE BIMBA: Para que você entenda isto, (D) significa perna Direita, e (E) perna Esquerda, e isto >>> é a direção em que vai o golpe, do Aluno A para o B, ou do B para o A. Sequentie 1 | | | Speler A | Richting | Speler B | Meia Lua de Frente (D) | ► | Cocorinha (E) | Meia Lua de Frente (E) | ► | Cocorinha (D) | Armada (D) | ► | Negativa (E) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada, Rolê (E) |
Sequentie 2 | | | Speler A | Richting | Speler B | Queixada (D) | ► | Cocorinha (D) | Queixada (E) | ► | Cocorinha (E) | Cocorinha (D) | ◄ | Armada (D) | Benção (D) | ► | Negativa (D) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada | Rolê (E) | | |
Sequentie 3 | | | Speler A | Richting | Speler B | Martelo (D) | ► | Palma (E) | Martelo (E) | ► | Palma (D) | Cocorinha (D) | ◄ | Armada (D) | Benção (D) | ► | Negativa (D) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada | Rolê (E) | | |
Sequentie 4 | | | Speler A | Richting | Speler B | Godeme (D) | ► | Palma (D) | Godeme (E) | ► | Palma (E) | Agaixa | ◄ | Galopante (D) | Arrastão | ► | Negativa (D) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada | Rolê (E) | | |
Sequentie 4 | | | Speler A | Richting | Speler B | Giro (D) | ► | | | ◄ | Cabeçada | Joelhada | ► | Negativa (D) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada | Rolê (E) | | |
Sequentie 6 | | | Speler A | Richting | Speler B | Meia Lua de Compasso (D) | ► | Cocorinha (D) | Cocorinha (D) | ◄ | Meia Lua de Compasso (D) | Meia Lua de Compasso (E) | ► | Cocorinha (E) | Cocorinha (E) | ◄ | Meia Lua de Compasso (E | Joelhada (D) | ► | Negativa (D) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada | Rolê (E) | | |
Sequentie 7 | | | Speler A | Richting | Speler B | Armada (D) | ► | Cocorinha (D) | Armada (E) | ► | Cocorinha (E) | Cocorinha (D) | ◄ | Armada (D) | Benção (D) | ► | Negativa (D) | Rolê (E) | | |
Sequentie 8 | | | Speler A | Richting | Speler B | Benção (D) | ► | Negativa (D) | Aú (E) | ◄ | Cabeçada | Rolê (E) | | |
Observação: Todos os movimentos aplicados pelo ``Aluno A`` deverão ser repetidos pelo ``Aluno B`` e vice versa. Todos os movimentos deverão ser executados ambos os lados, (D) e (E). Tenha um bom treino. DE BATIZADO: De Batizado is een moment dat van grootse betekenis is voor een leerling, omdat hij voor het eerst in staat is om in een capoeira roda te spelen met gradueerde capoeiristas en mestres. Elke leerling krijgt bij de batizado een krijgersnaam, een bijnaam. Zijn uiterlijk, de plek waar iemand woont, zijn beroep, de manier hoe iemand zich kleed, zijn houding en een artistieke gave kunnen, onder andere, aanleiding geven voor de keuze van een bijnaam.
In de academie van Mestre Bimba, de Vader van de Capoeira Regional, zei hij vaak: `hoje você vai entrar noaço (vandaag mag jij voor het eerst met de BERIMBAU spelen). Op deze manier werd aan een nieuwe leerling medegedeeld dat het tijd was voor zijn batizado. Het was een tijd dat van grote betekenis was voor de leerlingen, omdat zij voor het eerst met geformeerde capoeiristas in een roda gingen spelen, waarbij een publiek van bekenden kon komen kijken. Voor dat spel werd een gegradueerde capoeirista uitgekozen die bij het evenement aanwezig was, die als een soort doopvader de beginnende capoeirista moest aanmoedigen om te spelen.
Vandaag de dag, in de Moderne Capoeira Regional, is er een klein verschil bij een batizado. Een mestre nodigt een leerling uit om te spelen, waarna hij een koord krijgt als herinnering. Dit koord dient ook om de graduatie, het technische niveau en de kennis van een leerling aan te tonen. Vervolgens krijgt de leerling na het spel een bijnaam. Deze bijnaam zal de leerling voor altijd met zich meedragen, waarmee hij binnen de capoeira bekend wordt.
CAPOEIRA REGIONAL MODERNA: De Capoeira Regional Moderna heeft enkele verschillen met de Capoeira Regional van Mestre Bimba en met de Capoeira Estilizada. Deze capoeira heeft een eigen techniek bij de bewegingen en de soort train ingen, heeft verschillen in de graduatie van beginners en gevorderden, en wordt uitgeoefend door mensen met een handicap of sind room, doven, stommen en zelfs blinde mensen. De Capoeira Regional Moderna werkt niet enkel met de Capoeira, maar geeft ook aandacht aan discipline, houding, opvoeding binnen en buiten de capoeira, de geschiedenis van capoeira en van Brazilie, muziek van capoeira, Maculelê lessen, Samba de Roda, acrobacie, weerstand, zang, etc. Ook deze vorm van capoeira werkt met gekleurde koorden om het middel, om aan te geven op welk niveau een capoeirista speelt en heeft meestal per groep een logo die op de broeken (Abadá's) of hemden/t-shirts is geborduurd of geschilderd. Capoeira Regional Moderna heeft ook een batizado. De muziek opstelling wordt gevormt door drie berimbaus, een of twee Tambureinen (pandeiros), afhankelijk van de Mestre kan er ook nog een agogô bij komen of een reco-reco (wat aan een Capoeira Angola muziek groep doet denken). Deze onderscheid zich van de Regionale Capoeira van Mestre Bimba die maar een Berimbau heeft, twee Tambureinen, gezang en handklappen. De Berimbau slagen die het meest worden gebruikt zijn São Bento Grande de Bimba, Benguela, Iúna, en vaak ook nog de Samba slag, tijdens de Maculelê optredens. Met al deze rijkdom maakt de moderne Capoeira Regional deel van het schoolse curriculum in vele scholen in Brazilië en in de Verenigde Staten en wordt over de hele wereld beoefent (in meer dan 120 landen !). MACULELÊ: Maculelê is een dans die volgens enkele geleerden als een culturele uiting wordt beschreven die oorspronkelijk door de indianen bedacht werdt, en die een hoog dramatisch gehalte heeft. Maculelê is de vormgeving van een indianen krijger die op een dag niet met de jacht groep op pad was gegaan. Het verhaal luid dat hij de enige man was die in zijn dorp aanwezig was toen een vijandige stam deze aanviel. Hij heeft moedig tegen de indianen gevochten om de vrouwen, kinderen en ouderen van zijn stam te verdedigen, tot aan zijn dood. Toen de jagers terug kwamen werd hun duidelijk wat er was gebeurt en hebben zij ter ere van die indiaan deze dans bedacht. Tussen de geleerden van de afro-braziliaanse cultuur wordt ook wel eens beweert dat Maculelê tussen de slaven van de XVIII eeuw in gebruik was, vermomt als een dans, een strategie om lichamelijke conditie te trainen. Het Maculelê is vele jaren in vergetelheid geraakt, totdat Plínio Paulinio Aluísio de Andrade, beter bekent onder de bijnaam Popó, samen met vrienden en familie in 1943 de groep « conjunto de Maculelê de Santo Amaro » oprichtte. Mestre Bimba heeft geholpen om het Maculelê te verspreiden doordat hij het niet alleen als conditietraining gebruikte maar ook in zijn optredens incorporeerde. Mestre Bimba heeft de estetische dimensie van Maculelê gebruikt om zo de Capoeira een rijke culturele aanvulling te geven. Hoewel Maculelê geen deel uitmaakt van Capoeira, is deze altijd aanwezig in feesten, optredens en Capoeira 'batizados'.Vele onderzoekers hebben Maculelê als studie onderwerp gekozen, om door het bestuderen van zijn origine ook de estetische en culturele waarde van deze dans te bewaren. Vele van de beoefenaars van Maculelê, ook al zijn zij gefascineerd door de dans en deze beoefenen, geven onvoldoende aandacht aan de rituelen van de dans: de bewegingen van de krijger die gaat jagen, tenmidden een cirkel van andere krijgers die de grimas omstebeurt op de grond en tegen de jager in het midden van de kring slaan. Deze beweging is gekenmerkt door de vreugde van het vertrek voor nog een dag waarin erwordt gejaagt, de goden aanbiddend, vragend naar voorspoed en bescherming. Een tweede beweging houd in het dramatiseren van een jonge sterke held die tot aan zijn dood zal strijden tegen de aanvallers. De derde beweging vertegenwoordigd de terugkomst van de jagers, die door krijgen wat er tijdens hun afwezigheid gebeurt is. Het leven gaat verder en het leven moet weer opgebouwd worden. Dit is de laatste beweging, waar alles weer tot leven komt en de vreugde terugkeert. Er heerst een gevoel van wedergeboorte; de jagers dansen en zingen en de Maculelê is afgelopen. MACULELÊ KLEDING: Onderzoek werd uitgevoerd in Santo Amaro met beoefenaars van Maculelê João de Obá, Zé do Brinquinho, Tia Jô en Barão, om na te gaan welke kleding en versieringen worden gebruikt. Het bleek dat de rode bandana of hoofddoek, of een rood hoofddoek om de nek, een broek tot midden aan de benen en blote voeten erbij hoorden. De beoefenaars van Maculelê schminkten hun gezichten en de delen van hun lichaam die te zien waren. Er werdt blootvoets gedanst, met roet gekleurde voeten, roet die van de pannen werdt afgeschraapt die bij houten fornuizen werden gebruikt. Hiermee werd ook de rest van hun lichamen gekleurd. Het gezicht werd met rode strepen geschilderd (gemaakt van de zaad van urucum) zodat de vorm van een waaier ontstond. De lippen waren daarbij ook nadrukkelijk gekleurd. Sommigen bepoederden hun haren met meel. De gebruikte bekleding was afhankelijk van de financiele mogelijkheden en de fantasie van van de dragers. Vandaag de dag wordt er door sommige Mestres nieuwe stappen, coreografie en kledij verzonnen. Sommige mensen dragen daardoor rieten of leren rokken, banden om hun armen en rieten hoedjes. Andere tekenen witte strepen op hun lichaam en anderen gebruiken de capoeira kleren voor een Maculelê optreden. DE MACULELÊ INSTRUMENTEN: Volgens de begeleiding van Popó heeft hij lange tijd onderzoek gedaan naar de Maculelê, deze uitgeoefend en aan anderen geleerd. De originele instrumenten voor het uitoefenen van Maculelê zijn : o Twee of drie atabaques (een groote atabaque genaamd Rum met die een diep geluid maakt, een middelgroote genaamd Rupi die een middel diep geluid maakt en een kleine genaamd Lê die een agudo geluid maakt. De Rum geeft het tempo aan, de Rupi helpt om het ritme te verdubbelen en de Lê gaat over het geluid van de andere twee heen met een afgeleid ritme. o Een agogô. o Een xequerê, ganzá of caxixis. o Sommige mestres gebruiken ook nog enkele pandeiros, zelfs de viola. MACULELÊ GRIMAS: De Grimas zijn houten stokken tussen de 50 en 60 centimeter en worden gebruikt om de verdedeging en aanval te simuleren en om het ritme aan te geven van Maculelê liederen. De beste hout soorten, volgens Popó, voor de confectie van Grimas zijn canzi, pitiá en jucá: hout soorten die een mooi geluid maken en die niet al te makkelijk breken wanneer men met ze tegen elkaar slaat. SAMBA DE RODA: O Samba de Roda é a forma mais primitiva e autêntica do Samba brasileiro, por ser uma dança que os escravos realizavam dentro das senzalas nos momentos de decanso e lazer, quando não estavam trabalhando nos canavias ou nas lavouras. O Samba é uma dança de origem africana, ``Semba`` cuja palavra significa umbigada em língua angolana. Para realizar o Samba de Roda é formado um círculo e os tocadores ocupam posição de destaque, sendo acompanhados de cantorias e palmas pela assistência. O centro da roda é ucupado por um dançarino, que após sua exibição escolhe uma dançarina, e esta ao entrar na roda é saudada por uma umbigada, e logo entra um outro dançarino para fazer um dezafio de sensualidade, os dois dançarinos travam um pequeno duelo para ver quem conquista a dançarina. Na academia de Mestre Bimba ele usava o Samba de Roda para encerrar as festividades, ele dizia que o Samba servia para descontrair e acabar com o stress depois da roda de Capoeira. Hoje muitos Mestres usam o Samba de Roda para animar os seus eventos, apresentações e rodas da Capoeira, mas deixando bem frisado que ele não faz parte da Capoeira, mas constitui-se em um elemento de fundamental integração entre praticantes e platéia. É normal que alguns Mestres não gostem de envolver Samba de Roda com Capoeira, por acharem que descaracteriza a Capoeira, mas sem dúvida acrescenta bastante, transformando as apresentações em um belo espetáculo, mais rico e completo culturalmente. INSTRUMENTOS DO SAMBA DE RODA: O atabaque sempre foi companheiro do Samba de Roda, que era acompanhado pela palma de mão, logo alguns Mestres acrescentaram outros instrumentos como, o violão, o Berimbau, o pandeiro, agogô e etc... Lembrando que muitos Mestres hoje em dia são músicos percussionistas, que estão envolvendo muito instrumentos de percussão dentro do Samba de Roda, como repiques, surdos, tamborins, timbaus, congas entre outros. Muitos Mestres criticam falando que Samba de Roda não é Escola de Samba, mas cada um tem seu ponto de vista. PUXADA DE REDE: A Puxada de Rede é uma manifestação popular na qual as pessoas saem a noite para pescar, cantam e dançam para Yemanjá. De Outubro à Abril, os xaréus (peixes) vão para o Norte do Brasil em grandes cardumes para a desova, procurando climas mais quentes para o cumprimento de sua missão procriadora e é nesta época, que os pescadores das praias dos subúrbios de Salvador lançam-se a sua frente, em chega negro, em carimbamba e no saraiva, cumprem os mesmos trabalhos dos seus antepassados, trabalhos que vem dos tempos da Colônia do Império da República até hoje. Chega negro, vem dos gritos dos senhores chamando os negros escravos para puxarem as redes do xaréu. E esta tradição não morre, mesmo porque dela depende a subsistência de centenas de famílias, todos os anos se repete, com os mesmos cerimoniais, os mesmos rituais, podemos dizer, como se procedia nos tempos passados. Não se pense porém que tudo seja fácil, uma exibição apenas. É trabalho árduo, trabalho pesado que representa firme disposição do homem do mar. Comecemos pela rede, não é uma redezinha qualquer, uma tarrafinha que se joga um homem só para apanhar alguns peixes. A turma é composta por mais de sessenta homens, um chefe Mestre da terra e um chefe Mestre do mar. capoeirales utrecht
|